Wereldreizigers

In schril contrast met mijn honkvastheid, heb ik onder mijn vrienden veel wereldreizigers. Voor hen bestaat er geen te ver, te vreemd of te gevaarlijk. Met het gemak waarmee ik thuis de drempel naar de badkamer overstap, passeren zij breedte- en lengtegraden op weg naar vreemde bestemmingen. Ze zijn thuis waar ze zich ook bevinden.
Wanneer we elkaar treffen vertellen ze enthousiast over hun fantastische laatste reis die zo indrukwekkend was dat daarbij hun vorige fantastische reis verbleekt tot een dorpswandeling op een druilerige zondagmiddag.
Ze leerden Frankrijk en de Fransen kennen tijdens hun driedaags bezoek aan Disneyland bij Parijs en wisten de diepe Italiaanse ziel te doorgronden toen hun cruiseschip op een avond Venetië aandeed.
Jaloers hoor ik ze aan. Hoe mooi is het om je overal thuis te voelen en je te laven aan al die vreemde culturen, nieuwe kunsten, ongekende historiën en natuurlijk aan de verrassende cuisines locales. Mijn maaltijd met een garnalenkroketje en een Belgisch biertje steekt wel erg mager af bij de geparfumeerde Saoedische schapenogen, de licht gerookte Argentijnse stierenballen of de bevruchte Chinese eendeneieren die ze eerder mochten degusteren.
Natuurlijk zijn mijn vrienden inmiddels ook deskundig op het terrein van buitenlandse zaken. In een handomdraai analyseren ze de politieke situatie, de gezondheidszorg en de mensenrechten van ieder toeki-toeki land dat ze bezoeken. Ze zijn ware globetrotters, globalisten en wereldwijsneuzen.
Vorige week liep ik hier langs het Drongelens kanaal. In het laaggelegen weiland rechts van mij zag ik een bijzondere vogel. Groot, rood, hoog op de poten, kromme snavel. Thuisgekomen googelde ik het beest. Jawel: de rode ibis. Een Zuid-Amerikaanse exoot in een Brabants weiland! De volgende dag had de migrant zijn honk nog niet verlaten en pikte ontspannen wat eetbaars van de grond. Hij voelde zich thuis, maar de derde dag was hij gevlogen. Geen woord over mijn ibis in de media. De grote rode Ibis was te klein voor het grote nieuws.
Bij de volgende borrel vertel ik mijn vrienden niet over de rode ibis. Ze zouden slechts meewarig knikken en mij een bemoedigend schouderklopje geven. Mijn rode ibis in een Brabants weiland is kansloos tegenover twee op een zwoele zondagavond bij zonsondergang parende witte neushoorns in de savannes van Botswana.